#kees van der vloed


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]Vier weken geleden trouwde mijn accountant. Hij had een uitnodigingsbrief geschreven waarin de gasten geïnformeerd werden over het verloop van de dag. Het was nogal voorspelbaar: van het stadhuis naar de kerk en via een lopend buffet naar de receptie en feestavond. Hij vroeg of ik de brief nog even kritisch wilde bekijken voordat hij hem zou versturen – ik wist immers alles van d’jes en t’jes.[/intro]

Door Kees van der Vloed

Ik moet zeggen: hij had een uitstekende brief geschreven. Toch bleef ik tijdens de controle telkens steken bij 'een lopend buffet'. Niet omdat hij alom bekendstond om zijn vrekkige aard en het goedkoop klinkende ‘lopend buffet’ deze reputatie bevestigde, maar vanwege de bijzondere constructie. Hoewel het een heel gebruikelijke term is, kon ik het beeld van een wandelende tafel vol heerlijke gerechten niet uit mijn hoofd krijgen.

Een buffet is oorspronkelijk een kast waarin alle toebehoren voor het eten werden bewaard, zoals het bestek, de servetten en het glaswerk. Toen men ook het eten zelf op dit meubelstuk ging uitstallen, ging een buffet deze manier van serveren betekenen. Omdat ik altijd aan het meubel ben blijven denken, zag ik bij het lezen van de uitnodigingsbrief de hongerige bruiloftsgasten eten opscheppen, terwijl ze hun uiterste best deden om de tafel bij te houden.

Er zijn meer uitdrukkingen van het type 'lopend buffet'. Uitdrukkingen waarbij het bijvoeglijk naamwoord eigenlijk niet bij het zelfstandig naamwoord hoort. Mooie voorbeelden hiervan zijn 'een luie stoel', 'een warme bakker' en 'een blinde vlek'.

Is hier sprake van een taalfout? Welnee, het is een prachtig stijlfiguur dat zelfs een heuse naam heeft, namelijk 'hypallagè', dat letterlijk ‘verwisseling’ betekent. Juist omdat het niet klopt, vind ik een hypallagè een sympathiek verschijnsel. Stijlfiguren die zich niets aantrekken van logica maken onze taal speels en spannend.

Op enig moment kreeg ik zo veel lol in dit fenomeen dat ik mijn familie en vrienden heb gevraagd om actief op zoek te gaan naar hypallagès. Het leverde een mooie verzameling op: 'een angstig moment'; 'een bang vermoeden'; 'benauwd weer'; 'de blijde boodschap'; 'een brutale mond'; 'een dodelijk slachtoffer'; 'een eenzame weg'; 'een gemaskerd bal'; 'een natte droom'; 'een snelle ijsbaan'; 'sociale huurwoningen'; 'stoute schoenen'; 'zachte heelmeesters'.

Toen ik deze verzameling een dag voor zijn huwelijk aan mijn accountant liet lezen, zei hij zonder te aarzelen: "Ik mis 'een gulle hand'." Ik heb even getwijfeld of ik dit moest opvatten als een aanvulling of als een onverwacht staaltje zelfinzicht.


Deze column verscheen eerder in Er staat een mug op tafel, Kees van der Vloed (red.), Aspekt, Soesterberg, 2018, p. 60. Benieuwd naar wat wij van het boek vonden? We schreven er een boekrecensie over. Hebben? Doe mee aan onze winactie (zie hieronder) of bestel het boek hier.

Meer lezen? Eerder publiceerden wij al de column 'Oudijzerboer' van Cora Mallegrom uit 'Er staat een mug op tafel'.


Winnen!

Er staat een mug op tafel

In Er staat een mug op tafel staan maar liefst 52 taalgerelateerde columns van 11 verschillende auteurs. We mogen drie exemplaren van dit boek weggeven! Wat je daarvoor moet doen? Laat ons in de reacties je leukste hypallagè weten en wie weet belonen we jou met een exemplaar!

Kopen:


923 shares

Ik snap 'm niet

[intro]'Columns schrijven is een kunst, een kunde', zegt Wim Daniëls treffend in de inleiding van het boek Er staat een mug op tafel. Sterker nog, Daniëls meent dat de inhoud van een column er in feite niet toe doet; het gaat om de stijl. Volgens hem is een goed geschreven column een stilistisch hoogstandje dat tevens een lach uitlokt. In Er staat een mug op tafel vind je 52 van die hoogstandjes, en dubbel zoveel humor.[/intro] Door Bastiaan Weldring Dat taal en humor goed samengaan, blijkt eens te meer in deze bundel. De columns - één per hoofdstuk - lezen lekker vlot weg en variëren onderling in stijl dankzij de elf verschillende columnisten die aan het boek meewerkten. Die afwisseling is prettig. Tegelijkertijd is het niet alleen de stijl die de columns aantrekkelijk maakt: ze zijn ook inhoudelijk een feest om te lezen. Elke hoofdstukje, nooit meer dan twee pagina's lang, laat je steeds eventjes stilstaan bij een nieuw taalkundig inzicht. Je valt van pure verwondering het ene moment in ongegeneerd gegrinnik het andere. Een leuke wetenswaardigheid uit het boek is dat het kortste Nederlandse gedicht, van de hand Joost van den Vondel, tevens een palindroom is, oftewel een keerwoord (denk aan 'lepel' en 'parterretrap'). Het gaat als volgt: 'U, nu!' Een verrijking van je taalkennis, nietwaar? Een ander mooi voorbeeld is de column van André van der Lugt, die de betekenis van het woord 'draalven' in het gelijknamige hoofdstuk uitlegt. De betekenis volgens Van der Lugt: 'Het hinderlijk achterblijven ten opzichte van de groep tijdens een rondleiding in de mergelgrotten van Limburg.' Later blijkt dat hij het woord ooit zelf heeft bedacht uit irritatie dat er op het woord 'twaalf ' niets rijmt! En warempel, hij heeft gelijk! Probeer maar een rijmend woord te vinden ... (als het lukt, horen we het graag in de reacties.) In de inleiding geeft Daniëls het al aan: het column-genre behoort eerder tot de fictie dan non-fictie. Die gedachte bekruipt je ook tijdens het lezen van deze verhalen, zo wonderlijk zijn sommige. Maar waar de grens tussen waarheid en fantasie soms onduidelijk is, blijft de boodschap van de columnisten helder: taal is veelzijdig, veranderlijk en verrassend. Er staat een mug op tafel nodigt de lezer zo toegankelijk uit om zich over de Nederlandse taal te verwonderen. Is dit boek geschikt voor jou? JA: Zin om te grinniken over taal? Dit boek biedt je ruim de gelegenheid! NEE: Taal of humor zijn niet jouw ding? Dan is dit boek dat ook niet. Auteur: Kees van der Vloed (red.) Uitgeverij: Aspekt Jaar: 2018 Aantal pagina’s: 111