Column: Taal zonder woorden

In de hoek van de woonkamer in het verpleeghuis zit een dame in een rolstoel. Ze kijkt me vrolijk aan. Ik vraag haar hoe het met haar gaat. Omdat ik op een vrolijke toon praat en naar haar glimlach, lacht ze terug, maar ik zie dat ze mijn vraag niet begrijpt. “Gaat het goed met u?”, herformuleer ik mijn vraag. Ze blijft me op dezelfde manier aankijken en antwoordt: “O ja?” Ze lacht erbij en geeft me een kus op mijn wang. Daar maak ik uit op dat het goed met haar gaat, maar zelf kan ze het me niet meer vertellen.

Door: Berith van Pelt

Taal is prachtig en onmisbaar. Het klinkt cliché, maar je leert taal pas te waarderen als je weet hoe het is als je taalvermogen je in de steek laat. Of in ieder geval denkt te weten. In het verpleeghuis waar ik werk, zie ik het taalvermogen van de dementerende bewoners achteruitgaan. Ze zoeken naar woorden en proberen zinnen te maken, maar slagen daar niet in. Ze geven antwoorden, maar niet op de vragen die je gesteld hebt. Ze brokkelen zinnen af tot losse woorden, tot ze alleen nog klanken kunnen vormen die woorden hadden moeten zijn.

Het is soms moeilijk om dat proces aan te zien, om er als bijstander naar te kijken en er niets aan te kunnen doen. Het moet vreselijk zijn als je iets wilt vertellen en het lukt niet meer. Maar taal is gelukkig meer dan woorden. Wat vaak blijft als de woorden verdwijnen, zijn de emoties. Je hoort aan iemands stem of hij boos is, of blij, of verdrietig. En je kunt horen wat het doel van een zin had moeten zijn: een mededeling of een vraag.

Ik heb in al die jaren geleerd dat je met alleen klanken en intonatie ook een gesprek kunt voeren. Dat vereist oefening en geduld, maar je krijgt er wel wat voor terug. Het is prachtig om te zien hoe goed het een mens kan doen wanneer ze denken begrepen te worden. Want uiteindelijk is dat toch wat we allemaal willen: gezien en gehoord worden.  

En natuurlijk geef ik na jaren oefenen nog steeds wel eens het verkeerde antwoord. Pas vroeg een bewoonster me met grote ogen: “Heb je dat nou gedaan?” Ik dacht haar gerust te stellen en zei opgewekt: “Ja!” Haar gezicht veranderde en in onsamenhangende zinnen, uitgesproken op boze toon, stak ze een verhaal tegen me af. Oeps, daar had ik dus ‘nee’ op moeten antwoorden. Maar hé, ondanks mijn goed functionerende taalvermogen ben ook ik maar een mens.

Deze column verscheen eerder in Taalvoutjes – het boek 3.


Over Berith van Pelt
Sinds Berith er als kind van droomde dat ze schrijfster zou worden, heeft ze zich omringd met taal. Lezen, schrijven, redigeren; noem maar iets dat met taal te maken heeft en Berith heeft het in haar leven gepast. Niet zo gek dus dat ze Nederlands ging studeren. Zelfs met haar vroegere bijbaan in het verpleeghuis was ze bezig met taal. Inmiddels probeert ze haar passie voor het woord over te brengen op middelbareschoolkinderen. Als kers op de taart kan ze in de taalvoutjesredactie werkelijk al haar taalpuristische eieren kwijt.

Column

Column: Hedendaagse spreekwoorden

Column: Hedendaagse spreekwoorden

“Spreekwoorden, wie gebruikt die nou nog?” Zo reageren mensen vaak als ik opbiecht dat ik spreekwoorden verzamel: levenswijsheden uit grootmoeders t...


Column

Oproep: deel jouw anglicismen!

Oproep: deel jouw anglicismen!

Veel mensen storen zich aan de anglicismen die welig zouden tieren in onze taal. Met name in het bedrijfsleven lijken werkgevers en werknemers een patent te heb...


Woordweetje

Woordweetje: bril

Woordweetje: bril

Twee derde van de Nederlanders zet hem dagelijks op en de meesten van ons gaan er ook op zitten: de bril. Toch vragen weinigen zich waarschijnlijk af hoe het di...


Woordweetje

Woordweetje: Bekokstoven

Woordweetje: Bekokstoven

Toen ik laatst in een – enigszins jonger – gezelschap vroeg wat ze aan het bekokstoven waren, was de enige respons: “Be-wat?” Na een korte stilte en een heleboe...